Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet de Miljoenennota en de Rijksbegroting voor 2027. Welke plannen zijn mogelijk relevant voor jouw praktijk?
Prinsjesdag 2026: wat betekenen de zorgplannen voor jouw praktijk?
Passende zorg, regionale samenwerking, gegevensuitwisseling en minder administratie blijven belangrijke thema’s in de zorgplannen voor 2027. Veel maatregelen worden nog verder uitgewerkt, maar de richting wordt duidelijker. Wat kan daarvan relevant worden voor jouw praktijk?
Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet de Miljoenennota en de Rijksbegroting voor 2027. Binnen het VWS-domein zijn voor 2027 uitgaven van €118 miljard geraamd. Het doel: de zorg toegankelijk houden terwijl de zorgvraag groeit en het aantal beschikbare professionals onder druk staat.
Nog niet alle plannen staan vast
Een deel van de plannen vraagt nog om wetgeving of verdere uitwerking. Ook behandelt het parlement de begroting nog. Sommige veranderingen kunnen daardoor in 2027 al merkbaar zijn, terwijl andere pas later volgen. Hieronder zetten we de belangrijkste ontwikkelingen voor zorgpraktijken op een rij.
Passende zorg en regionale samenwerking krijgen meer nadruk
Het kabinet wil passende zorg steviger verankeren in wet- en regelgeving. Beroepsgroepen krijgen daarbij een grotere rol in het vastleggen van wat in verschillende situaties passende zorg is.
Voor je praktijk wordt het daardoor belangrijker om behandelkeuzes, doelen, relevante uitkomsten en evaluaties overzichtelijk vast te leggen. Dat hoeft niet te betekenen dat je meer tekst registreert. Juist een gestructureerd dossier kan helpen om informatie sneller terug te vinden.
Ook regionale samenwerking krijgt meer aandacht. Het kabinet wil dat zorgaanbieders en zorginkopers gezamenlijk regionale plannen maken en uitvoeren.
Daarbij worden inzicht in capaciteit, wachttijden, specialisaties, verwijsmogelijkheden en afspraken over overdracht steeds relevanter.
Meer aandacht voor wachttijden, contractering en kosten
Zorgverzekeraars moeten volgens de plannen meer inzicht krijgen in de beschikbaarheid van passende zorg. Het kabinet onderzoekt onder andere hoe declaratiegegevens en wachtlijstinformatie daarbij kunnen helpen.
Voor praktijken betekent dit dat betrouwbare informatie over wachttijden en beschikbare capaciteit belangrijker wordt.
Ook ongecontracteerde zorg blijft een aandachtspunt. Het kabinet wil de verplichte vergoeding daarvan afschaffen. De beoogde ingangsdatum is nu 1 januari 2029 en de maatregel vraagt nog om wettelijke uitwerking.
Daarnaast stijgt het verplichte eigen risico volgens de plannen in 2027 van €385 naar €400. VWS verwacht een gemiddelde zorgpremie van €169 per maand. Zorgverzekeraars bepalen uiteindelijk hun eigen premie.
Duidelijke communicatie over kosten en vergoedingen blijft daarom belangrijk. Welke kosten een cliënt zelf betaalt, hangt af van de zorgsoort en verzekering.
Gegevensuitwisseling en minder administratie
De overheid werkt verder aan een landelijk gezondheidsinformatiestelsel en de invoering van de European Health Data Space (EHDS). De richting is duidelijk: gezondheidsgegevens moeten veilig, gestructureerd en makkelijker uitwisselbaar worden.
Ook binnen de paramedische zorg gebeurt dit al. Zo werken wij als koploperleverancier mee aan het programma Gegevensuitwisseling Paramedische Zorg (GUPZ). Beroepsverenigingen, zorgprofessionals en softwareleveranciers werken daarin aan afspraken en technische oplossingen voor gegevensuitwisseling met onder andere huisartsen en patiënten.
Tegelijk wil het kabinet de administratieve belasting terugdringen. Het doel is dat zorgprofessionals in 2030 maximaal 20% van hun werktijd aan administratie besteden. Volgens de overheid ligt dat nu rond de 30%.
Ook AI wordt onderzocht als hulpmiddel voor administratieve processen. Daarbij blijven controle door de zorgverlener, privacy, informatiebeveiliging en aansluiting op beroepsrichtlijnen belangrijke voorwaarden. Technologie heeft vooral waarde als die je werk eenvoudiger maakt en voorkomt dat je dezelfde informatie meerdere keren vastlegt. Daarom blijven wij samen met onze gebruikers door ontwikkelen.
Preventie blijft in beeld
Het kabinet investeert verder in preventie, waaronder Kansrijke Start, gezonde voeding, sport en bewegen en wijkgerichte ondersteuning.
Voor de paramedische zorg is vooral valpreventie relevant. In de begroting voor 2027 is hiervoor binnen de paramedische zorg een verschuiving van €30 miljoen opgenomen. Hoe dit in de praktijk wordt georganiseerd, hangt af van de verdere inrichting van de keten. Voor deelnemende praktijken worden onderwerpen als screening, verwijzing, deelname, voortgang en terugrapportage daardoor belangrijker.
Wat betekent dit voor jouw beroepsgroep?
De precieze impact verschilt per discipline. Voor fysiotherapie en oefentherapie spelen onder andere valpreventie, passende zorg en contractering. Voor logopedie zijn vooral gegevensuitwisseling, wachttijden en capaciteit relevant.
Ergotherapie en diëtetiek raken sterk aan preventie en samenwerking in de regio en het sociaal domein. Binnen de GGZ blijven wachttijden, capaciteit en contractering belangrijke onderwerpen.
Voor andere paramedische disciplines gelden vooral de bredere ontwikkelingen rond passende zorg, gegevensuitwisseling en duidelijke informatie over kosten en vergoedingen.
Meer inzicht zonder meer registratiewerk
De rode draad in de plannen is duidelijk: meer aandacht voor passende zorg, resultaten, capaciteit, samenwerking en gegevensuitwisseling, terwijl de administratieve belasting juist omlaag moet.
Dat maakt een goede inrichting van informatie steeds belangrijker. Niet méér vastleggen, maar gegevens zo organiseren dat je ze makkelijk kunt gebruiken en uitwisselen.
Bij Intramed volgen we de verdere uitwerking van deze plannen en werken we samen met gebruikers en andere partijen aan een praktische vertaling naar de dagelijkse praktijk.
Meer weten?
Wil je zien hoe Intramed je helpt om overzicht te houden in je praktijkvoering? Bekijk de mogelijkheden van Intramed Compleet.
Dit artikel is gebaseerd op de Miljoenennota 2027 en de VWS-begroting voor 2027, die op 15 september 2026 aan de Tweede Kamer zijn aangeboden. De aangekondigde plannen kunnen tijdens de parlementaire behandeling en verdere wettelijke uitwerking nog veranderen.