Intramed_deskundig_menu

Uitstekende service

Alles draait om u. Daarom krijgt u van ons de beste kwaliteit met de beste service. Gescoord met een 9. Omdat we willen luisteren. We zijn u altijd van dienst, ook ’s avonds. Vriendelijk en effectief. Zodat u altijd verder kunt.

Intramed_deskundig_menu

Uitstekende service

Alles draait om u. Daarom krijgt u van ons de beste kwaliteit met de beste service. Gescoord met een 9. Omdat we willen luisteren. We zijn u altijd van dienst, ook ’s avonds. Vriendelijk en effectief. Zodat u altijd verder kunt.

Intramed_deskundig_menu

Uitstekende service

Alles draait om u. Daarom krijgt u van ons de beste kwaliteit met de beste service. Gescoord met een 9. Omdat we willen luisteren. We zijn u altijd van dienst, ook ’s avonds. Vriendelijk en effectief. Zodat u altijd verder kunt.

 

Het effect van nieuwe aandoeningen in de basisverzekering

30 mei 2018 – Steeds meer fysiotherapeutische zorg komt in de basisverzekering terecht. Claudicatio Intermittens (CI) was in 2017 een van de eerste fysiotherapeutische behandelingen die door de basisverzekering vergoed werd. Voor ons een reden om eens te kijken naar het effect hiervan. Ook kijken we naar het gebruik van klinimetrie, wat steeds meer wordt gebruikt om kwaliteit in de zorg te meten. Tot slot geven we een overzicht van de leeftijdsverdeling van patiënten in de fysiotherapiepraktijk.

CI in de basisverzekering: wat zijn de gevolgen?
De zorg verandert. Het streven is optimale kwaliteit te bieden tegen zo laag mogelijke kosten. Om de efficiëntie te vergroten worden diverse maatregelen genomen. Voor steeds meer aandoeningen worden behandelingen bij de fysiotherapeut vergoed vanuit de basisverzekering. Begin dit jaar werd artrose in knie en heup toegevoegd en er ligt al een advies van het Zorginstituut om ook COPD op te nemen. De behandeling van Claudicatio Intermittens (ook wel ‘etalagebenen’) is sinds 2017 opgenomen in de basisverzekering (37 behandelingen met verwijzing van huisarts of specialist). Met ParaBench willen we in kaart brengen wat bijvoorbeeld de invloed is op het aantal patiënten en zittingen. In Figuur 1 vergelijken we de cijfers in de periode van 2014 tot 2017 *.
We zien dat zowel het aantal patiënten als het aantal zittingen in 2017 fors is toegenomen. In de jaren 2014-2016 was CI ongeveer 0,2% van het totale aantal indicaties. Dat percentage is in 2017 gestegen naar 0,41%. Een verdubbelding! Kijken we naar het behandelvolume, dan is dat gestegen van 0,63% naar 0,82%. Hoewel het om relatief kleine aantallen gaat kunnen we toch voorzichtig concluderen dat het opnemen van CI behandelingen in de basisverzekering effect heeft op het aantal patiënten en zittingen.

Op basis van NHG-gegevens over de incidentie en prevalentie zouden er ongeveer 50.000 Nederlanders per jaar last hebben van symptomatisch chronisch obstructief arterieel vaatlijden. Op basis van onze cijfers waren er in 2016 rond de 8.000 patiënten bij de fysiotherapeut onder behandeling voor CI. Dit aantal is meer dan verdubbeld in 2017 tot ruim 16.000! Ten opzichte van de 50.000 Nederlanders met CI is dit echter maar een derde deel. Dat is een opvallend gegeven, want de intentie is namelijk dat iedereen eerst voor behandeling een fysiotherapeut bezoekt en pas daarna voor een eventuele operatie naar de vaatchirurg gaat. Er lijkt in ieder geval beweging te ontstaan in deze groep patiënten door het opnemen van de behandeling in de basisverzekering. En dat is interessant. Na dit jaar kunnen we bijvoorbeeld ook laten zien wat het effect is van de opname van artrose in knie en heup in de basisverzekering.

Steeds meer gebruik van klinimetrie
Bij het beoordelen van de kwaliteit van de zorg wordt steeds meer gebruik gemaakt van uitkomstmaten. In Figuur 2 (gebruik Klinimetrie) bekijken we deze cijfers. Bij de samenstelling van deze cijfers is het belangrijk dat er voor een patiënt minimaal 2 metingen zijn gedaan. Het meest gebruikte instrument is de PSK (Patiënt Specifieke Klachten), gevolgd door de VAS (Visual Analogue Scale).

In de grafiek is te zien dat bij een kleine 35% van alle patiënten een begin- en een eindmeting is gedaan. Het werkelijke percentage ligt waarschijnlijk hoger omdat er ook spreiding is tussen de metingen. Het is in ieder geval goed om te zien dat er een duidelijke toename lijkt te zijn in het gebruik van klinimetrie, met name bij de wat meer generieke instrumenten zoals de VAS en de PSK. Ook kunnen we in de grafiek zien dat het gebruik van de GPE (Global Perceived effect) in 2017 een stuk populairder is geworden: van 0,36% in 2015 naar 3,12% in 2017.
Als we de kwaliteit van zorg meer op uitkomsten gaan meten, is het belangrijk dat zoveel mogelijk praktijken op dezelfde manier de patiënt ondervragen. De perceptie is dat er binnen de fysiotherapie heel veel klinimetrie wordt uitgevraagd. Maar zelfs als de VAS en de PSK allemaal naast elkaar uitgevraagd worden, dan nog halen we de 60% dekking bij lange na niet. Daarbij kunnen we gerust aanmerken dat de praktijken die hun cijfers uploaden naar ParaBench waarschijnlijk meer afnemen dan de gemiddelde praktijk. Dit gaan we in de gaten houden in de loop van 2018, om te bekijken welke ontwikkelingen hier ontstaan.

Steeds meer verzekeraars voeren beleid om klinimetrie te verzamelen. Zo zijn verschillende verzekeraars vertegenwoordigd in het MDS (Minimale Data Set) project. In deze pilot wordt getest of de minimale dataset een goede en haalbare manier is om behandelresultaten in de praktijk te toetsen. ParaBench is onderdeel van deze pilot en zal samen met andere partijen data aanleveren aan IQ Healthcare. Dit is een internationaal topcentrum voor onderzoek, onderwijs en ondersteuning van kwaliteit, veiligheid en innovatie in de gezondheidszorg.

Klachten door tablets en smartphones
Sinds 2010 groeit het aantal kinderen dat bij de fysiotherapeut onder behandeling komt voor nek- en rugklachten gestaag. Veel klachten zoals nekpijn, hoofdpijn en pijn tussen de schouderbladen lijken gerelateerd aan het gebruik van smartphones en tablets. Zoals bekend zitten kinderen veel met het hoofd voorover gebogen, wat zorgt voor een toenemende druk op de nek. Hoewel er veel over wordt gesproken en de media hier volop over berichten, zijn hiervoor nog geen harde wetenschappelijke cijfers. In Figuur 3 (Leeftijdsverdeling) kunnen we bovengenoemde trend ook niet echt waarnemen. Zelfs als we specifiek kijken naar nek- en rugklachten is geen duidelijke toename te zien. Er is wel een toename in absolute aantallen, maar niet relatief als we het afzetten tegen de totale populatie die in behandeling is.

Als we de leeftijden niet clusteren in groepen, maar kijken naar de exacte leeftijd ten tijde van de behandeling (Figuur 4: leeftijdsverdeling totaal), zien we een opvallende daling tussen het 17e en 18e levensjaar. Kinderen tot en met 17 jaar zijn in de basisverzekering meeverzekerd. Vanaf 18 jaar niet meer en precies op deze leeftijd zien we dus een flinke daling van het aantal klachten dat wordt behandeld bij de fysiotherapeut. Daarnaast zien we dat de afgelopen 4 jaar de gemiddelde leeftijd gestegen is van 47,2 naar 48,1. Dit is een trend die al langer zichtbaar is.

Meer informatie

Met ParaBench krijgen praktijken inzicht in hoe zij presteren en kunnen ze daarop bijsturen indien nodig. Ook bij gesprekken met verzekeraars is die informatie belangrijk en heb je zelf cijfers in handen. Daarnaast is het mogelijk de eigen praktijk te vergelijken met andere fysiotherapiepraktijken. Bovendien worden trends in de branche zichtbaar. Op dit moment zijn er bijna 450 praktijken aangesloten. Daarmee is ParaBench de grootste benchmark in Nederland, maar het kan altijd beter. Hoe meer praktijken zich aansluiten, hoe helderder het beeld dat geschetst kan worden. Intramed PLUS-gebruikers kunnen gratis gebruik maken van het ParaBench praktijkdashboard. Daarnaast is er de mogelijkheid om uit te breiden met het ParaBench supervisiedashboard. Hiermee wordt het ook mogelijk om verschillende vestigingen of medewerkers met elkaar te vergelijken.